Je zit met een vest aan terwijl de rest van kantoor in korte mouwen werkt, en halverwege de middag zakken je ogen dicht. Wie altijd koud heeft en moe is, denkt al snel aan de schildklier, en dat is ook logisch.
Maar in een klein Amerikaans onderzoek hielden vrouwen met bloedarmoede door ijzertekort hun temperatuur in een bad van 28 graden slechter vast dan vrouwen zonder tekort, en lag hun schildklierhormoon lager. Na ijzersuppletie verbeterde hun temperatuur en herstelde hun schildklierhormoon gedeeltelijk.[1] De thermostaat zat in de schildklier, de oorzaak ergens anders.
Bij altijd koud hebben en moe zijn is dat eerder regel dan uitzondering, en meestal speelt er meer dan één oorzaak tegelijk.
Waarom kun je het altijd koud hebben en moe zijn?
Altijd koud hebben en moe zijn wijst meestal op een lichaam dat minder energie en warmte aanmaakt dan je nodig hebt. De vier oorzaken die ik het vaakst tegenkom zijn een trage schildklier, ijzertekort, structureel te weinig eten en een sluimerende ontsteking. Omdat ze bijna dezelfde klachten geven en elkaar versterken, kijk ik niet alleen naar TSH maar ook naar ferritine en een ontstekingswaarde. Houden de klachten langer dan een paar weken aan, laat ze dan door je huisarts beoordelen.
Waarom gaan altijd koud hebben en moe zijn vaak samen?
Altijd koud hebben en moe zijn gaan vaak samen omdat ze uit dezelfde bron komen: de energieproductie in je cellen. Je mitochondriën halen energie uit voeding en zuurstof, en warmte is daarbij een bijproduct. Maakt je lichaam minder energie aan, dan heb je dus niet alleen minder brandstof voor je dag, maar ook minder warmte om je op temperatuur te houden.
Losse vermoeidheid kan honderd dingen betekenen en kouwelijkheid op zich zegt weinig, maar samen wijzen ze vaak op een lichaam dat zuiniger is gaan draaien. Toch koppelen de meeste mensen die ik spreek die twee klachten niet aan elkaar. De vermoeidheid wijten ze aan drukte, de kou aan hun bouw, en zo blijft het patroon lang onder de radar. Zie ik die combinatie, dan loop ik vier routes na: de schildklier, ijzer, de energiebalans en ontsteking. In je klachten lijken ze bijna identiek, maar ze vragen elk om een andere aanpak.
Wanneer wijst altijd koud hebben en moe zijn op je schildklier?
Altijd koud hebben en moe zijn wijst vooral op je schildklier wanneer er meer signalen van een vertraagde stofwisseling bij komen. Bij een trage schildklier horen naast vermoeidheid en slecht tegen kou kunnen ook sloomheid, gewichtstoename, obstipatie, een veranderde stem en een droge huid, al verschilt het beeld per persoon en per leeftijd.[2] Het werkzame schildklierhormoon, T3, bepaalt in vrijwel elke cel hoe hard de energieproductie draait. Is er te weinig van, dan vertraagt alles tegelijk, van je darmen tot je warmteproductie. Wie het altijd koud heeft, moe is en daarnaast trage darmen en een droge huid heeft, leg ik daarom eerder naast de schildklier dan iemand die alleen moe is.
Bij de huisarts wordt meestal eerst TSH geprikt, en dat is een zinnige start. Een uitslag binnen de referentie is alleen niet automatisch een uitslag die voor jou goed is. In een Deens onderzoek bleek iedere gezonde deelnemer een eigen bandbreedte te hebben die veel nauwer lag dan de referentiewaarde van het lab.[3] Daarom kijk ik ook naar vrij T4 en vrij T3. Toch is de schildklier bij lang niet iedereen met deze klachten de verklaring.
Kan ijzertekort ervoor zorgen dat je het altijd koud hebt en moe bent?
Ja, en directer dan de meeste mensen denken. IJzer is nodig voor het vervoer van zuurstof én voor de energieproductie in je cellen, dus een tekort raakt dezelfde bron als een trage schildklier.
In het onderzoek uit de inleiding koelden de tien vrouwen met bloedarmoede sterker af, verbruikten ze minder zuurstof en hadden ze lagere schildklierhormoonspiegels dan de controlegroep.[1] Het is een kleine studie, en eerlijk is ook dat vrouwen met alleen een lege ijzervoorraad, zonder bloedarmoede, in die koudetest net zo reageerden als de controlegroep. Voor vermoeidheid ligt dat anders. In een gerandomiseerd, placebogecontroleerd onderzoek bij vrouwen zonder bloedarmoede maar met een lage ferritine, de maat voor je ijzervoorraad, nam de vermoeidheid met ijzer duidelijk meer af dan met een placebo.[4] Een normaal hemoglobine sluit een tekort dus niet uit, en daarom kijk ik altijd naar ferritine. IJzer werkt daarnaast via de schildklier zelf. Het enzym dat jodium in het hormoon inbouwt, schildklierperoxidase, heeft ijzer nodig, en een tekort remt daardoor de aanmaak van schildklierhormoon.[5]
Ik denk vooral aan ijzertekort bij een zware menstruatie, en in mijn praktijk zie ik dat opvallend vaak in de jaren rond de overgang, wanneer menstruaties onregelmatiger en soms veel heftiger worden. Daarnaast speelt het bij weinig of geen vlees eten, bloed doneren, haaruitval of snel buiten adem raken op de trap. Begin er alleen niet op eigen houtje aan, want te veel ijzer is schadelijk, en of je ferritine te vertrouwen is, hangt af van ontsteking. Meer daarover lees je in het artikel over ijzertekort.
Kun je door te weinig eten altijd koud hebben en moe zijn?
Ja. Krijg je structureel minder energie binnen dan je verbruikt, dan schakelt je lichaam over op zuinigheid, en de schildklier is een van de eerste knoppen waaraan het draait, terwijl de klier zelf volkomen gezond is.
Hoe snel dat gaat, liet een gecontroleerd experiment bij 46 gezonde, jonge vrouwen zien. Binnen vier dagen met een te laag energieaanbod daalde hun vrij T3 met bijna een vijfde en steeg hun reverse T3, de inactieve variant van het hormoon. De hoeveelheid en de intensiteit van het sporten hadden op geen enkel schildklierhormoon effect.[6] Niet de inspanning remde de schildklier af, maar het tekort aan brandstof.
De schakel daartussen is leptine, een hormoon uit je vetweefsel dat je hersenen vertelt hoeveel energie er beschikbaar is. Toen een kleine groep gezonde mannen drie dagen vastte terwijl hun leptine kunstmatig op het gevoede niveau werd gehouden, bleef een deel van de veranderingen in de schildklieras uit.[7] En bij tien mensen die na tien procent gewichtsverlies op dat lagere gewicht bleven, brachten lage doses leptine hun schildklierhormoon en hun energieverbruik terug naar het niveau van vóór het afvallen.[8] Het zijn kleine, intensief gemeten studies met injecties die je in de praktijk niet krijgt, maar ze laten wel zien dat je lichaam na het lijnen zuinig kan blijven draaien zolang je op dat lagere gewicht blijft.
In mijn praktijk zie ik dit vooral bij mensen die het juist goed willen doen: ze eten gezond maar te weinig, combineren vasten met veel sport of slaan in drukke weken maaltijden over. Er bestaat geen bloedwaarde die zegt dat je te weinig eet, dus het beeld ontstaat pas als ik je eetpatroon, je belasting en je waarden naast elkaar leg. Het goede nieuws is dat dit de meest omkeerbare oorzaak van de vier is. Meer schildklierhormoon is hier zelden het antwoord, meer en regelmatiger eten meestal wel.
Hoe zorgt een sluimerende ontsteking dat je het koud hebt en moe bent?
Een ontsteking maakt je moe via je hersenen en grijpt tegelijk in op je schildklierhormoon en je ijzerhuishouding. Daardoor kan ze het beeld van een trage schildklier en van een ijzertekort nabootsen, terwijl er aan je schildklier en je ijzerinname zelf niets mankeert.
Ontstekingsstoffen werken rechtstreeks in op je hersenen en roepen daar ziektegedrag op: vermoeidheid, terugtrekken en minder eetlust.[9] Bij een griep dwingt dat je tot rust, maar bij een ontsteking die maandenlang op de achtergrond blijft smeulen, blijft dat signaal aan staan.
Bij je schildklierhormoon gebeurt iets wat veel mensen verrast. Tijdens een ontsteking daalt T3 in het bloed vaak, terwijl TSH niet meestijgt. Dat komt doordat de hypothalamus, het regelcentrum in je hersenen, op dat moment lokaal juist meer T3 aanmaakt en daardoor geen tekort registreert. In de weefsels zelf verschilt het per orgaan en per fase van de ontsteking of er meer of minder werkzaam hormoon beschikbaar is.[10] Dit is vooral onderzocht bij acute ziekte en infectie, dus hoe sterk een sluimerende ontsteking hetzelfde doet, is minder duidelijk. Het verklaart wel waarom een normale TSH bij ontsteking weinig zegt over de rest van de keten.
Daarnaast maakt je lever bij ontsteking meer hepcidine aan, een hormoon dat de opname van ijzer uit je darm remt en ijzer vasthoudt in de opslag.[11] Je ijzer is dan wel aanwezig, maar komt niet vrij waar het nodig is. Een normale of zelfs hoge ferritine sluit bij ontsteking een functioneel tekort dus niet uit.
Ik denk aan een sluimerende ontsteking bij chronische darmklachten, gewrichtspijn, vaak ziek zijn, slecht herstel en buikvet dat moeilijk verdwijnt. CRP is een eerste aanwijzing in het bloed, al garandeert een normale waarde niet dat er niets speelt. Hoe je zo’n ontsteking aanpakt, lees je in het artikel over laaggradige ontsteking.
Hoe versterken deze vier oorzaken elkaar?
Ze versterken elkaar omdat ze op dezelfde knooppunten ingrijpen, en daarom strandt een aanpak die zich op één oorzaak richt vaak halverwege. Een ijzertekort remt de aanmaak van schildklierhormoon.[5] Een ontsteking houdt ijzer vast en laat T3 in het bloed dalen zonder dat TSH alarm slaat.[10][11] Een energietekort duwt de omzetting richting de inactieve variant.[6] En wie structureel te weinig eet, krijgt vaak ook minder ijzer binnen, waardoor de cirkel zich sluit.
Voor de aanpak maakt dat veel uit. IJzer suppleren tijdens een ontsteking levert minder op dan je zou hopen, omdat hepcidine de opname in je darm remt.[11] Iemand die te weinig eet schildklierhormoon geven, pakt de reden voor de zuinigheid niet aan. Daarom breng ik in mijn praktijk eerst alle vier de routes in kaart. Pas als duidelijk is waar de keten het zwakst is, weet je waar je moet beginnen: soms bij de ontsteking, soms bij het ijzer, en verrassend vaak bij gewoon meer en regelmatiger eten.
Welke andere oorzaken moet je uitsluiten?
Voordat je de vier routes gaat onderzoeken, is het verstandig om andere oorzaken uit te sluiten. Een systematische review van onderzoek in de huisartsenpraktijk vond bij minder dan één op de twintig mensen met vermoeidheid een ernstige lichamelijke ziekte, terwijl depressie bij bijna één op de vijf meespeelde. Opvallend was dat lichamelijke ziekte bij mensen zonder vermoeidheid even vaak voorkwam, zodat het verband lang niet altijd oorzakelijk is.[12] Neem je slaap en je stemming dus serieus: slecht slapen, snurken met adempauzes of langdurige somberheid verdienen een eigen spoor. Ook een vitamine B12 tekort, diabetes, een lage bloeddruk en bijwerkingen van medicijnen kunnen vermoeidheid geven. Die laat je via je huisarts uitsluiten.
Wanneer ga je met altijd koud hebben en moe zijn naar de huisarts?
Ga naar je huisarts als je klachten langer dan een paar weken aanhouden zonder duidelijke reden, en eerder als er een van deze signalen bij komt:
- onbedoeld gewichtsverlies
- kortademigheid, pijn op de borst of hartkloppingen
- zware of ongewone bloedingen, of bloed bij de ontlasting
- koorts of nachtzweten
- aanhoudende somberheid of het gevoel dat je nergens meer zin in hebt
- klachten tijdens een zwangerschap of in het jaar na een bevalling
Ik werk graag samen met je huisarts. De reguliere diagnostiek sluit de ernstige oorzaken uit, en daarna kijk ik mee naar de routes die in een standaardonderzoek vaak buiten beeld blijven.
Praktisch overzicht: welke oorzaak past bij jouw klachten?
Leg je eigen klachten naast de vier routes hieronder. Herken je jezelf in meer dan één rij, dan is dat eerder regel dan uitzondering.
| Oorzaak | Signalen die erbij passen | Wat je laat meten | Waar ik op let |
|---|---|---|---|
| Trage schildklier | Trage darmen, droge huid, gewichtstoename, sloomheid | TSH, vrij T4, vrij T3, TPO antistoffen | Het totale patroon, niet alleen de referentie |
| IJzertekort | Zware menstruatie, overgang, weinig vlees, bloed doneren, haaruitval | Ferritine, hemoglobine, transferrineverzadiging | Ferritine altijd naast een ontstekingswaarde |
| Te weinig eten | Lijnen, vasten, veel sport, maaltijden overslaan | Geen losse test; vrij T3 en reverse T3 ondersteunen het beeld | Wat je werkelijk eet ten opzichte van je belasting |
| Sluimerende ontsteking | Darmklachten, gewrichtspijn, vaak ziek, slecht herstel | CRP, eventueel een hooggevoelige CRP | Een lage vrij T3 bij een normale TSH, en een ferritine die niet klopt met de klachten |
| Andere oorzaken | Slecht slapen, adempauzes, somberheid, medicijngebruik | Via de huisarts, onder meer vitamine B12 en bloedsuiker | Eerst uitsluiten, dan optimaliseren |
Veel gestelde vragen over altijd koud hebben en moe zijn
Waarom heb ik altijd koude handen en voeten?
Bij kou of spanning beschermt je lichaam eerst je romp en je organen, en knijpt het de bloedvaten in je handen en voeten samen. Maak je daarnaast weinig warmte aan, bijvoorbeeld door een trage schildklier, ijzertekort of energietekort, dan merk je dat het eerst aan je vingers en tenen. Worden je vingers bij kou wit of blauw en daarna rood, bespreek dat dan met je huisarts, omdat dat kan wijzen op het fenomeen van Raynaud.
Waarom hebben vrouwen het sneller koud dan mannen?
Voor een deel is dat een kwestie van stofwisseling. Maastrichtse onderzoekers lieten zien dat de standaarden voor binnentemperatuur zijn afgestemd op de stofwisseling in rust van een gemiddelde man, waardoor die van vrouwen tot wel 35 procent kan worden overschat.[13] Een kantoor dat voor mannen comfortabel is, is voor veel vrouwen dus gewoon te koud. Ben je daarnaast ook structureel moe, dan is het de moeite waard om verder te kijken.
Welke bloedwaarden laat ik prikken als ik het altijd koud heb en moe ben?
Een goede basis is TSH en vrij T4 voor je schildklier, ferritine en hemoglobine voor je ijzer en CRP als ontstekingswaarde. Je huisarts kan daar onder meer vitamine B12 en je bloedsuiker aan toevoegen. Zelf kijk ik graag ook naar vrij T3, omdat die iets zegt over de omzetting naar het werkzame hormoon.
Kan ik altijd koud hebben en moe zijn met een normale TSH?
Ja. Je kunt binnen de referentie toch ver van je eigen setpoint af zitten.[3] Daarnaast laat een ontsteking T3 in het bloed vaak dalen zonder dat TSH meestijgt, omdat je hypothalamus lokaal juist meer T3 aanmaakt.[10] En ijzertekort en energietekort kunnen de aanmaak en omzetting van schildklierhormoon remmen, wat je niet aan TSH alleen afleest.[5][6]
Helpt ijzer slikken als ik altijd moe ben?
Alleen als er echt een tekort is. Bij vrouwen zonder bloedarmoede maar met een lage ferritine verminderde ijzer de vermoeidheid duidelijk meer dan een placebo.[4] Zonder tekort heeft ijzer geen zin en te veel is schadelijk. Speelt er een ontsteking, dan wordt ijzer bovendien slechter opgenomen.[11] Laat dus eerst meten.
Conclusie: altijd koud hebben en moe zijn is een signaal, geen diagnose
Altijd koud hebben en moe zijn betekent dat je lichaam minder energie en warmte aanmaakt dan je nodig hebt. De schildklier is een logische eerste verdachte, maar lang niet altijd de dader. IJzertekort, structureel te weinig eten en een sluimerende ontsteking geven vrijwel hetzelfde beeld en grijpen op dezelfde knooppunten in.
Kijk daarom verder dan TSH alleen, en zoek niet naar één oorzaak als het er meerdere kunnen zijn. Wie alle vier de routes in kaart brengt, ziet waar de keten het zwakst is, en precies daar begint herstel.
Lees daarom ook eens het artikel over ijzertekort.
Stel je vraag of deel je ervaring