Twee mensen dragen dezelfde maagbacterie bij zich. Bij de één vreet een overschot aan maagzuur een zweer in de twaalfvingerige darm, bij de ander zakt de zuurproductie zo ver weg dat ijzer en vitamine B12 nauwelijks nog worden opgenomen. Het is dezelfde bacterie, met precies tegenovergestelde gevolgen. Helicobacter pylori leeft in de maag van ongeveer 43 procent van de wereldbevolking.[1] De meeste dragers hebben geen idee. Wat bepaalt of je er last van krijgt? Waarom kan een ijzertekort dat maar niet wil herstellen soms in je maag beginnen? En waarom denken sommige onderzoekers dat we deze bacterie, ondanks alles, een klein beetje gaan missen?
Wat is Helicobacter pylori?
Helicobacter pylori is een spiraalvormige bacterie die zich nestelt in het slijmvlies van de maag en daar altijd een chronische ontsteking veroorzaakt, ook als je nergens last van hebt. Afhankelijk van waar in de maag de bacterie zich vestigt, stijgt of daalt de maagzuurproductie, met maagzweren of juist een slechtere opname van ijzer en vitamine B12 als mogelijk gevolg. Een adem- of ontlastingstest stelt de infectie vast, en een antibioticakuur met een maagzuurremmer is de enige bewezen manier om de bacterie te verwijderen.
Wat is Helicobacter pylori precies?
Helicobacter pylori is een kurkentrekkervormige bacterie met een opmerkelijk talent: overleven op een van de zuurste plekken van je lichaam. Dat lukt dankzij het enzym urease, waarmee de bacterie ureum omzet in ammoniak. Die ammoniak vormt een zuurneutraliserende wolk om de bacterie heen, terwijl ze zich met haar zweepdraden een weg boort naar de beschermende slijmlaag tegen de maagwand. Daar is het minder zuur, en daar kan ze zich decennialang handhaven.
De besmetting vindt meestal plaats in de eerste levensjaren, en zonder behandeling blijft de bacterie doorgaans je hele leven aanwezig.[2] Wereldwijd neemt het aantal dragers wel af: rond 1980 droeg nog 58 procent van de mensen de bacterie, in de periode 2011 tot 2022 was dat gedaald naar 43 procent.[1] Hoe sterk dat per generatie kan verschillen, laat een grote Amerikaanse bevolkingsstudie zien: ongeveer een kwart van de deelnemers droeg de bacterie, terwijl van de kinderen die in de jaren negentig waren geboren nog maar 5 procent positief testte.[3]
Wat veel mensen niet weten, is dat de bacterie altijd een ontsteking van het maagslijmvlies veroorzaakt, ook als je er niets van merkt. De Europese richtlijn, het Maastricht VI-consensusrapport, beschouwt een Helicobacter-infectie daarom als een infectieziekte, los van de vraag of je klachten hebt.[4] Tegelijkertijd blijft de grote meerderheid van de dragers haar leven lang klachtenvrij.[2] Die twee feiten lijken met elkaar in tegenspraak, maar ze vormen precies de kern van dit verhaal: de bacterie is overal dezelfde, de gevolgen zijn dat allerminst.
Waarom geeft Helicobacter pylori de één te veel en de ander te weinig maagzuur?
Om te begrijpen waarom Helicobacter pylori zulke uiteenlopende klachten geeft, helpt het om de maag als twee afdelingen te zien. De maagromp (het corpus) bevat de pariëtale cellen die zoutzuur aanmaken. Het onderste deel, het antrum, werkt als een soort regelkamer. Daar zitten cellen die het hormoon gastrine afgeven om de zuurproductie aan te zetten, en cellen die met somatostatine juist op de rem trappen.
Bij ongeveer 10 procent van de mensen met een chronische infectie, vooral jongere mensen, blijft de ontsteking grotendeels beperkt tot het antrum.[5] De ontsteking dempt daar de remmende somatostatine, waardoor gastrine blijft stijgen en de maagromp meer zuur gaat maken. Dat extra zuur stroomt door naar de twaalfvingerige darm, waar het slijmvlies er minder goed tegen bestand is. Dit is het klassieke scenario van de zweer.
De meeste dragers ontwikkelen echter een ontsteking die zich over de hele maag uitspreidt, een zogeheten pangastritis, en dan daalt de zuurproductie juist.[5] Stoffen van de bacterie remmen de protonpomp in de pariëtale cellen, ontstekingsstoffen uit het afweersysteem doen daar een schepje bovenop, en na jaren van ontsteking kan het slijmvlies bovendien dunner worden. Dat dunner worden heet atrofie. Het eindresultaat is hypochlorhydrie, oftewel te weinig maagzuur.
Vanuit mijn achtergrond als kPNI-therapeut vind ik dat tweede scenario minstens zo interessant als het eerste. Maagzuur is namelijk veel meer dan een middel om voedsel af te breken. Het maakt ijzer en vitamine B12 opneembaar, zet de eiwitvertering in gang en vormt een eerste verdedigingslinie tegen microben die met je eten meekomen. Onderzoekers wijzen erop dat een lage zuurgraad door Helicobacter ingeslikte micro-organismen de kans geeft om de maag te passeren en zich verderop in de darm te vestigen.[5] Bij mensen met een hardnekkig opgeblazen buik of een vermoeden van SIBO (bacteriële overgroei in de dunne darm) kijk ik daarom niet alleen naar de darm, maar ook naar wat er een verdieping hoger gebeurt.
Welke klachten geeft Helicobacter pylori?
Omdat de bacterie zo verschillend kan uitpakken, bestaat er geen vast klachtenpatroon. Veel dragers merken helemaal niets. Wie wel klachten krijgt, herkent vaak een of meer van deze signalen:
- een branderig of knagend gevoel in de bovenbuik, soms heftiger met een lege maag;
- snel vol zitten, misselijkheid of veel opboeren na het eten;
- een opgezet, drukkend gevoel in de bovenbuik;
- klachten die tijdelijk verbeteren met maagzuurremmers, maar telkens terugkomen zodra je stopt.
Bij een kleinere groep leidt de infectie tot ernstigere gevolgen, zoals een maagzweer of een zweer in de twaalfvingerige darm. Op lange termijn kan de chronische ontsteking via atrofie en veranderingen in het maagslijmvlies bij ongeveer 1 procent van de dragers uitmonden in maagkanker.[5] Dat percentage klinkt laag, maar met zoveel dragers wereldwijd telt het flink op. Het goede nieuws lees je verderop: behandeling verlaagt dat risico aanzienlijk.
Wanneer direct naar de huisarts? Ga zonder uitstel naar je huisarts bij zwarte, teerachtige ontlasting, bloed braken, onbedoeld gewichtsverlies, moeite met slikken of aanhoudend braken. Deze signalen vragen altijd om verder onderzoek, of Helicobacter nu in het spel is of niet.
Kan Helicobacter pylori een ijzer- of B12-tekort veroorzaken?
Ja, en dit is het deel van het verhaal dat in de spreekkamer nog weleens buiten beeld blijft. Een maag die te weinig zuur maakt, zet de eerste stap van de ijzeropname niet goed in gang. Plantaardig ijzer moet in een zuur milieu worden omgezet naar een vorm die je darm kan opnemen. Valt die zuurgraad weg, dan helpen een ijzerrijk eetpatroon en zelfs een supplement minder dan je zou verwachten.
In mijn praktijk zie ik regelmatig vrouwen bij wie het ferritine maand na maand nauwelijks stijgt, ondanks trouw slikken van ijzer en een voedingspatroon waar weinig op aan te merken valt. Een verklaring via de menstruatie of ander bloedverlies is er dan lang niet altijd. In zo’n situatie vraag ik me af of de maag wel meewerkt. Onderzoek ondersteunt die vraag: in een meta-analyse van gerandomiseerde studies herstelden hemoglobine en ferritine beter wanneer de behandeling van Helicobacter werd gecombineerd met ijzersuppletie dan wanneer alleen ijzer werd gegeven.[6] Meer over de bredere aanpak van een tekort lees je in mijn artikel over ijzertekort.
Voor vitamine B12 geldt een vergelijkbaar verhaal. In voeding zit B12 gebonden aan eiwitten, en die binding moet in de maag met behulp van zuur worden losgemaakt. Daarna is intrinsieke factor nodig, een eiwit dat eveneens door de pariëtale cellen wordt gemaakt, om B12 verderop in de dunne darm op te nemen. Een ontstoken, zuurarme maag belemmert beide stappen. Een tekort uit zich onder meer in vermoeidheid, tintelingen, concentratieproblemen en een verhoogd homocysteïne.
De Europese richtlijn erkent deze verbanden. Bij onverklaarde bloedarmoede door ijzertekort, een onverklaard vitamine B12-tekort en immuuntrombocytopenie (een tekort aan bloedplaatjes door een afweerreactie) adviseert het Maastricht VI-rapport om actief naar Helicobacter te zoeken en de bacterie te behandelen.[4]
Is Helicobacter pylori vriend of vijand?
Hier wordt het verhaal genuanceerder dan je misschien verwacht. Helicobacter pylori leeft al minstens 58.000 jaar met de mens samen.[3] De Amerikaanse microbioloog Martin Blaser stelt al jaren de vraag of we iets kwijtraken nu de bacterie in welvarende landen in hoog tempo verdwijnt. In zijn onderzoek op basis van Amerikaanse bevolkingsgegevens hadden kinderen van 3 tot 13 jaar die de bacterie droegen een duidelijk kleinere kans op astma (odds ratio 0,41) dan leeftijdsgenoten zonder Helicobacter, en ook hooikoorts en eczeem kwamen bij hen minder vaak voor.[3]
Dierexperimenteel onderzoek levert een mogelijke verklaring. Muizen die kort na de geboorte met Helicobacter werden besmet, waren beschermd tegen allergisch astma, en die bescherming liep via regulatoire T-cellen: de afweercellen die je immuunsysteem leren om niet op alles en iedereen te reageren. Werd de bacterie met antibiotica verwijderd, dan verdween ook de bescherming.[7] Voor mij als kPNI-therapeut is dat een mooi voorbeeld van hoe een microbe het afweersysteem kan helpen opvoeden.
Toch wil ik hier eerlijk over zijn, want er staat een stevig tegenargument tegenover. De studies bij mensen zijn observationeel en laten een verband zien, geen oorzaak. Kinderen met en zonder Helicobacter kunnen op allerlei andere punten van elkaar verschillen, en muizen zijn geen mensen. Daarnaast veroorzaakt de bacterie bij iedere drager een ontsteking,[4] en verlaagt behandeling het risico op maagkanker fors. In een meta-analyse van 24 studies lag het aantal nieuwe gevallen van maagkanker na eradicatie ongeveer de helft lager dan zonder behandeling (incidentieratio 0,53).[8]
Bij volwassenen met klachten, bloedarmoede of een verhoogd risico weegt die winst wat mij betreft duidelijk zwaarder dan een mogelijk beschermend effect dat vooral in de vroege kindertijd lijkt te spelen. Het vriend-of-vijandverhaal is dus vooral een reden om nuchter te blijven. Niet iedere drager hoeft in paniek te raken, maar wie klachten of afwijkende bloedwaarden heeft, doet er goed aan de bacterie serieus te nemen.
Hoe test je op Helicobacter pylori?
Er zijn vier manieren om de bacterie op te sporen, en ze zijn niet allemaal even geschikt voor dezelfde vraag.[2]
| Test | Wat wordt gemeten | Geschikt voor | Let op |
|---|---|---|---|
| Ureumademtest | Afbraak van gelabeld ureum door het urease van de bacterie, gemeten in je uitademingslucht | Aantonen van een actieve infectie en controle na de kuur | Vooraf stoppen met maagzuurremmers en antibiotica |
| Ontlastingstest (antigeentest) | Eiwitten van de bacterie in je ontlasting | Aantonen van een actieve infectie en controle na de kuur | Zelfde voorbereiding als bij de ademtest |
| Bloedtest (antistoffen) | Antistoffen die je lichaam tegen de bacterie heeft aangemaakt | Alleen een indruk of je ooit besmet bent geweest | Kan na genezing nog lang positief blijven; niet geschikt om het effect van de kuur te controleren |
| Maagbiopt bij gastroscopie | De bacterie in weefsel, eventueel met kweek en resistentiebepaling | Bij alarmsignalen of na een mislukte behandeling | Invasief, maar geeft ook informatie over ontsteking en atrofie |
De ademtest en de ontlastingstest zijn de aangewezen tests zonder kijkonderzoek.[4] Een veelgemaakte fout is testen terwijl je nog maagzuurremmers gebruikt. Protonpompremmers zoals omeprazol en pantoprazol drukken de bacterie tijdelijk terug, waardoor de uitslag ten onrechte negatief kan zijn. Stop daarom, in overleg met je huisarts, minimaal twee weken vóór de test met deze middelen en laat na een antibioticakuur vier weken verstrijken.[4]
Ik zie nog weleens dat iemand na een geslaagde kuur een bloedtest laat doen en schrikt van een positieve uitslag. Die antistoffen kunnen echter nog lang aantoonbaar blijven en zeggen dan weinig over de huidige situatie.[2] Voor de controle na behandeling gebruik je dus altijd een adem- of ontlastingstest.
Hoe wordt Helicobacter pylori behandeld?
Het verwijderen van de bacterie heet eradicatie. Een eradicatiekuur combineert een hoge dosis maagzuurremmer met twee of drie antibiotica, meestal gedurende tien tot veertien dagen. De maagzuurremmer heeft daarbij een dubbele functie: hij maakt de maag minder zuur, zodat de antibiotica beter werken, en hij zorgt dat de bacterie actiever wordt en daardoor kwetsbaarder.
De grootste uitdaging is resistentie. In een Europees onderzoek uit 2018 was 21,4 procent van de Helicobacter-stammen bij volwassenen ongevoelig voor claritromycine, een van de meest gebruikte antibiotica in de kuur, en lag de resistentie tegen metronidazol op 38,9 procent.[9] In Noord-Europa lagen die percentages duidelijk lager dan in Midden-, West- en Zuid-Europa, en de resistentie hing samen met hoeveel van deze antibiotica een land in het algemeen voorschrijft.[9] Daarom stemt de Europese richtlijn de keuze van de kuur af op de lokale situatie: waar meer dan 15 procent van de stammen ongevoelig is voor claritromycine, gaat de voorkeur uit naar een andere combinatie.[4]
Twee dingen bepalen in de praktijk voor een groot deel of de kuur slaagt. Het eerste is volhouden. De kuur is pittig, met bijwerkingen als diarree, een metaalsmaak en misselijkheid, en wie halverwege stopt, vergroot de kans op resistente bacteriën. Het tweede is de controletest, op zijn vroegst vier weken na het afronden van de antibiotica.[4] Pas als die negatief is, weet je zeker dat de bacterie weg is.
Gebruik je al lang maagzuurremmers?
Een situatie die ik vaak tegenkom: mensen die al jaren omeprazol of pantoprazol slikken zonder dat er ooit naar Helicobacter is gekeken. Bij dragers verandert langdurig gebruik van deze middelen de ligging van de ontsteking, die dan meer richting de zuurproducerende maagromp opschuift, en behandeling van de bacterie verbetert de ontsteking bij langdurige gebruikers.[4] Gebruik je maagzuurremmers al langere tijd, vraag dan je huisarts of een Helicobacter-test zinvol is.
Wat kun je zelf doen naast de behandeling?
Laat ik vooropstellen dat er geen voedingsmiddel, kruid of supplement bestaat waarmee je Helicobacter pylori aantoonbaar en blijvend verwijdert. In de orthomoleculaire therapie zie ik daar soms andere beloftes over, maar het onderzoek ondersteunt die niet. Wat je wel kunt doen, is de kuur ondersteunen en het herstel daarna sneller op gang brengen.
Probiotica tijdens de kuur
Het best onderzocht is de probiotische gist Saccharomyces boulardii. In een meta-analyse verhoogde toevoeging aan de standaardkuur de kans op een geslaagde eradicatie licht (relatief risico 1,13) en halveerde het ruwweg de kans op bijwerkingen, vooral diarree (relatief risico 0,46 voor bijwerkingen in het algemeen).[10] Die studies zijn vooral gedaan met de oudere drievoudige kuur, dus het effect bij nieuwere combinaties is minder zeker. Ook het Maastricht VI-rapport erkent dat bepaalde probiotica de maag- en darmbijwerkingen van de kuur kunnen verminderen.[4] Omdat S. boulardii een gist is en geen bacterie, wordt hij niet door de antibiotica gedood. Overleg het gebruik wel met je arts, zeker als je afweer verzwakt is. Meer over het kiezen van de juiste stam lees je in mijn artikel over probiotica.
Broccolikiemen: interessant, maar geen vervanging
Broccolikiemen bevatten veel glucorafanine, de voorloper van sulforafaan, een stof die in het laboratorium sterk werkt tegen Helicobacter. In een Japanse studie aten 48 geïnfecteerde mensen acht weken lang dagelijks 70 gram broccolikiemen of alfalfakiemen. In de broccoligroep daalden de markers voor de hoeveelheid bacteriën en voor maagontsteking, maar na het stoppen keerden de waarden terug naar het oude niveau.[11] Broccolikiemen remmen de bacterie dus, maar ruimen haar niet op. Ik zie ze als een zinvolle aanvulling binnen een ontstekingsremmend voedingspatroon, niet als alternatief voor de kuur.
Herstel na de kuur
Na een geslaagde eradicatie begint voor mij het tweede deel van het werk. Tekorten die jarenlang zijn opgebouwd, lossen niet vanzelf op. Ik laat daarom na enkele maanden ijzerstatus (inclusief ferritine), vitamine B12 en zo nodig homocysteïne opnieuw bepalen en stem de suppletie daarop af. Daarnaast besteed ik aandacht aan de darmflora na de antibiotica, met vezelrijke voeding en waar nodig gerichte probiotica. Maagzuursupplementen zoals betaïne HCl zijn geen goed idee zolang de maag nog ontstoken is of er een zweer kan zijn, dus bespreek dat altijd eerst met een deskundige. Houd je na de kuur nog steeds een opgeblazen buik of maagklachten, dan verdient dat een tweede blik, want soms speelt er naast Helicobacter ook SIBO of een verstoorde vertering mee.
Praktisch overzicht: wanneer laat je je testen op Helicobacter pylori?
| Situatie | Wat ik je aanraad | Waarom |
|---|---|---|
| Aanhoudende klachten in de bovenbuik | Vraag je huisarts om een adem- of ontlastingstest | Testen en gericht behandelen pakt de oorzaak aan in plaats van alleen het symptoom |
| IJzertekort dat niet herstelt met suppletie | Laat testen op Helicobacter, naast onderzoek naar bloedverlies | Behandeling plus ijzer werkt beter dan ijzer alleen |
| Onverklaard laag vitamine B12 | Laat testen op Helicobacter | De Europese richtlijn adviseert hier actief zoeken en behandelen |
| Langdurig gebruik van maagzuurremmers | Bespreek een test met je huisarts | Bij dragers verandert de ontsteking door langdurig gebruik |
| Je gaat binnenkort testen | Stop in overleg twee weken vooraf met maagzuurremmers en wacht vier weken na antibiotica | Voorkomt een ten onrechte negatieve uitslag |
| Je hebt een kuur afgerond | Controletest na minimaal vier weken, geen bloedtest | Alleen zo weet je of de bacterie echt weg is |
| Alarmsignalen zoals zwarte ontlasting of gewichtsverlies | Direct naar de huisarts | Vraagt altijd om verder onderzoek |
Veel gestelde vragen over Helicobacter pylori
Is Helicobacter pylori besmettelijk?
Ja, de bacterie gaat van mens op mens over. De besmetting vindt vooral plaats in de vroege kindertijd, meestal binnen het gezin.[2] Is bij jou de bacterie gevonden en heeft een gezinslid vergelijkbare klachten, bespreek dan met de huisarts of testen zinvol is.
Kan Helicobacter pylori vanzelf verdwijnen?
Dat gebeurt zelden. Zonder behandeling blijft de bacterie bij de meeste mensen levenslang aanwezig.[3] Een antibioticakuur voor een andere infectie ruimt de bacterie soms toevallig op, maar daar kun je niet op rekenen. Alleen een controletest geeft zekerheid.
Kun je Helicobacter pylori op een natuurlijke manier behandelen?
Er is geen natuurlijk middel dat de bacterie aantoonbaar verwijdert. Broccolikiemen verminderden in onderzoek de hoeveelheid bacteriën, maar na het stoppen kwam die weer terug.[11] Natuurlijke middelen kunnen de kuur wel ondersteunen, zoals Saccharomyces boulardii, dat bijwerkingen als diarree vermindert.[10]
Kan Helicobacter pylori een opgeblazen buik geven?
Dat kan. Een ontstoken maag geeft vaak een vol en drukkend gevoel in de bovenbuik. Daarnaast kan de lagere zuurgraad bij veel dragers ervoor zorgen dat meer microben de maag passeren en zich verderop in de darm vestigen.[5] Een opgeblazen buik heeft wel veel meer mogelijke oorzaken, dus Helicobacter is slechts één stukje van de puzzel.
Moet ik me laten testen als ik geen klachten heb?
Niet standaard, want in Nederland bestaat geen bevolkingsonderzoek naar Helicobacter. Een test is vooral zinvol bij aanhoudende maagklachten, een onverklaard ijzer- of B12-tekort of langdurig gebruik van maagzuurremmers. Twijfel je, bespreek het dan met je huisarts.
Mijn conclusie over Helicobacter pylori
Helicobacter pylori is geen bacterie om in paniek over te raken, maar ook niet een om te negeren. Bijna de helft van de mensheid draagt haar mee en de meeste dragers merken er niets van. Toch veroorzaakt ze altijd een ontsteking, en afhankelijk van waar ze zich vestigt, ontregelt ze je maagzuur in de ene of de andere richting.
Juist dat tweede scenario, te weinig maagzuur, verdient meer aandacht. Het laat zich vaak niet zien als maagklacht, maar als een ijzer- of B12-tekort dat maar niet wil herstellen. Mijn advies: laat je bij aanhoudende maagklachten, onverklaarde tekorten of langdurig gebruik van maagzuurremmers testen met een adem- of ontlastingstest, rond een eventuele kuur af met een controletest en gebruik de periode daarna om je spijsvertering en voedingsstatus weer op orde te brengen.
Stel je vraag of deel je ervaring